Historie van het gebied

Historie van het gebied

Waddengebied

hollandOngeveer 6000 jaar geleden was het huidige Amstelland deels een waddengebied waar klei en zand werden afgezet. Door de eeuwen heen raakte het gebied afgesloten van de Noordzee. Er ontstonden grote rietvlakten. De restanten van het riet (en de andere planten die daartussen groeiden) hoopten zich jaar na jaar op. In de loop van vele honderden jaren vormde dit een veenlaag van uiteindelijk circa 7 meter dik. De veenlaag waterde via riviertjes af, die nu nog in het landschap te herkennen zijn als de ‘Dieën en Eeën’.

Akkerbouw

Vanaf ongeveer het jaar 1000 werd het veengebied ontgonnen om akkerbouw mogelijk te maken. Dit werd gedaan door het graven van sloten om het water af te voeren en de grondwaterstand te verlagen. Als men in een veengebied de waterstand verlaagt, gaat het veen inklinken. Het gevolg hiervan is dat de bodem gaat dalen. Zo ook hier. Dit werd versterkt door een algehele bodemdaling in Nederland. Rond 1300 lagen de akkers zo laag dat verdere ontwatering met de technische middelen van die tijd niet meer mogelijk was. Veel akkers werden toen omgezet in grasland voor koeien en schapen

Overstromingen

De omzetting van akkers naar grasland werd verder gestimuleerd door de zee. Door bodemdaling en zeespiegelrijzing drong de zee tot de 12e eeuw steeds vaker Amstelland binnen in de vorm van overstromingen. Door het zoute water werd de bodem minder vruchtbaar en daardoor minder geschikt voor akkerbouw. Het binnendringen van de zee had ook een ander effect. Her en der werden grote stukken veen weggeslagen, waardoor meren zoals de Burkmeer en het Belmermeer ontstonden.

Dijken

Vanaf de 12e eeuw werden rond bepaalde veengebieden dijken aangelegd om de zee buiten de deur te houden. De invloed van de zee werd ook verminderd door het leggen van dammen in zeegaten.

Droogmakerijen

In de 17e eeuw begon men in Noord-Holland de grote binnenmeren droog te leggen met behulp van windmolens. De eerste droogmakerij, de Beemster, was een groot succes. De bodem hiervan bestond uit vruchtbare klei, die uiterst geschikt was voor akkerbouw. Aangemoedigd door dit succes volgden vele andere droogmakerijen. Zo werd in 1628 de Belmermeer drooggelegd.

Bovenkerkerpolder

Honderd jaar lang, tot 1639 werd er turf gestoken in de Bovenkerkerpolder, de waterplas die er daardoor ontstond reikte tot de Bovenkerkerweg (west), de Amsteldijk (bovenlanden) (oost), de Hollandse Dijk (zuid) in Uithoorn en aan de noordkant de Ouderkerkerlaan. De Ouderkerkerlaan vormde bovendien de grens tussen de Bovenkerkerpolder en de Middelpolder: allebei grote waterplassen. Al dat water vormde uiteindelijk zo’n bedreiging voor Amstelveen en Amsterdam dat de waterplas weer droog gemalen werd. Een groot gedeelte van de polder is dus, na drooglegging, bewoond, een ander gedeelte nog steeds in gebruik door boeren en vee. (Veel mensen in de wijken Keizer Karelpark, Groenelaan, Waardhuizen en Middenhoven zullen zich niet realiseren dat zij in een voormalig meer, dus lager, wonen.)Het bewoonde en onbewoonde deel bergen belangrijke stukken natuur in zich en verdienen dan ook de volle aandacht.

De Bovenkerkerpolder (Noord)

De polder kent in zijn bewoonde deel vele mooie vijvers en stedelijk groen. Langs de oostkant van de wijk Groenelaan ligt grenzend aan het weidegebied een brede bomenrijke strook, deze is fameus om de vele kruidensoorten die er gedurende de lente en zomer groeien. Door de bouw van het Sinaï-centrum en het nieuwe KPMG-gebouw, zijn de laatste de oude vruchtbomen van de boomgaard van boerderij Verhoef (nu één der gebouwen van het ziekenhuis) gekapt. Het gebied vormt een onderdeel van de Ecologische verbindingsroute naar het Groene Hart van Nederland.

De Bovenkerkerpolder (Zuid)

In het zuidelijk (overwegend groene deel) van deze polder, tussen de Nesserlaan en de Hollandse Dijk staat nog vee te grazen op de oude kavels uit 1760. Elk voorjaar vindt er in samenwerking met de agrariërs nestbescherming plaats. Naast vele weidevogelsoorten treffen we al enkele jaren achtereen, in het zgn. ‘bosje van Toon’ broedende buizerds aan. Fietsend over de Bovenlanden richting Nes aan de Amstel of lopend over de onverharde Middenweg kunt u ze, op jacht naar prooi, boven de polder zien cirkelen.